Nieuwe Franchisewet: moeten overeenkomsten aangepast worden?

By in ,
Nieuwe Franchisewet: moeten overeenkomsten aangepast worden?

Op 1 januari 2021 is de Wet Franchise in werking getreden. De Wet Franchise vervangt de Franchisecode uit 2016. De Franchisecode bestond uit aanwijzingen over de vormgeving van de relatie tussen franchisegever en franchisenemer, maar had verder geen wettelijke basis en er bestond geen verplichting om de code na te leven.

De belangen binnen de franchisesector zijn groot. In Nederland zijn ongeveer 870 franchiseformules actief met ruim 34.200 franchisevestigingen. Binnen deze franchiseformules zijn ongeveer 375.000 mensen actief en de jaarlijkse omzet ligt ruim boven de 55 miljard Euro. De veranderingen, die de nieuwe wet Franchise met zich meebrengt, zullen daarom veel impact hebben.

De machtsverhouding tussen franchisenemer en franchisegever is al jaren niet in balans. De Wet Franchise is daarom vooral opgesteld om de positie van de franchisenemer ten opzichte van de franchisegever te versterken. Het gevolg van de nieuwe wet is dat veel franchiseovereenkomsten herzien en aangepast moeten worden. In dit artikel leest u wat de Wet Franchise concreet voor franchiseformules betekent en wat er aangepast moet worden in franchisecontracten.

Doel van de wet

Het creëren van meer balans tussen franchisenemers en franchisegevers en het tegengaan van oneerlijke handelspraktijken zijn de belangrijkste doelen van de Wet Franchise. Om dit doel te bereiken, zal de positie van franchisenemers verstrekt worden. In veruit de meeste franchiseformules bestaat er namelijk een machtsoverwicht aan de kant van de franchisegever. De franchisenemer is formeel weliswaar een zelfstandige ondernemer, maar in de praktijk is hij relatief afhankelijk van de franchisegever. De franchisegever speelt namelijk een bepalende rol wat betreft de franchiseformule en de verdere koersbepaling hiervan.

Dit is op zich niet problematisch, maar in de praktijk leidt dit machtsoverwicht vaak tot onredelijke en onwenselijke situaties. Bij het afsluiten van de franchiseovereenkomst ontbreekt bijvoorbeeld vaak de nodige transparantie over informatie die essentieel is voor de franchisenemer. Ook nemen franchisegevers vaak een eenzijdig wijzigingsbeding in hun contracten op, waardoor zij eerder gemaakte afspraken eenvoudig – zonder tussenkomst van franchisenemer – kunnen wijzigen.

Juridische basis

De Wet Franchise is opgenomen in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (7 BW). In boek 7 is een nieuwe titel (titel 16) toegevoegd over de franchiseovereenkomst. Door deze toevoeging zal de franchiseovereenkomst een zogenaamde “bijzondere overeenkomst” worden. De algemene regelgeving inzake overeenkomsten zal van toepassing blijven, maar de nieuwe en bijzondere regelgeving zal voorrang hebben op de algemene regelgeving.

In de wet wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende types franchiseformules. De wet is dus van toepassing op alle franchiseovereenkomsten.

De belangrijkste veranderingen

Om de eerdergenoemde machtsbalans tussen franchisegever en franchisenemer in evenwicht te brengen, legt de Wet Franchise de nadruk op vier onderdelen die belangrijk zijn voor een evenwichtige verhouding tussen beide partijen. Onderstaand zijn deze onderdelen uiteengezet.

  1. De precontractuele (voor het afsluiten van het contract) uitwisseling van informatie

Een belangrijke bepaling in de nieuwe Wet Franchise gaat over de informatievoorziening voorafgaand aan het tekenen van de franchiseovereenkomst. Op grond van deze bepaling moeten beide partijen – voordat het contract wordt afgesloten – alle relevante financiële informatie met elkaar delen. Na dit moment geldt een bedenktermijn van vier weken. In deze ‘stand-still’ periode mogen geen bindende afspraken worden gemaakt ten nadele van de franchisenemer. Daarnaast mogen er geen extra bedingen aan de conceptfranchiseovereenkomst worden toegevoegd en er mogen ook geen betalingen, zoals investeringen, afgedwongen worden.

Tegenover de informatieplicht van de franchisegever staat de onderzoeksplicht van de franchisenemer. De franchisenemer zal tijdens de bedenktermijn van vier weken zelf (of door een deskundige) onderzoek moeten doen.

  • Zorgplicht

Franchisegever dient franchisenemer tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst hulp te bieden. Partijen moet zich tegenover elkaar gedragen als goed franchisegever en franchisenemer. Dit betekent dat franchisegever zowel commerciële als technische ondersteuning moet bieden voor zover dit nodig is voor de uitvoering van de franchiseformule. Als de franchisenemer aangeeft hulp nodig te hebben, dan mag de franchisegever dit niet weigeren.

  • Einde van de franchiseovereenkomst

Ook bij beëindiging van de franchiseovereenkomst wordt de positie van franchisenemer beschermd. Een eventueel afgesproken concurrentiebeding mag niet langer dan 1 jaar gelden en is alleen van toepassing op het gebied waarin de franchisenemer werkzaam was. Met deze bepaling wordt voorkomen dat franchisenemer na afloop van de overeenkomst niet meer in staat is om een nieuwe onderneming te starten.

Het komt vaak voor dat een franchisenemer zijn onderneming(en) onder ongunstige voorwaarden moet verkopen. Om dit te voorkomen dient de franchiseovereenkomst een bepaling te bevatten over goodwill. In deze bepaling moet worden afgesproken hoe de goodwill wordt bepaald, welke rekenmethode hiervoor gebruikt wordt en wat de omvang van de goodwill is. Op deze manier wordt op een eerlijke wijze berekend wat de waarde van een bepaalde franchiseonderneming is als de franchisenemer wil stoppen.

  • Overleg en instemming

Als franchisegever wijzigingen in de franchiseformule wil doorvoeren die financiële gevolgen hebben voor franchisenemer, dient hierover eerst overlegd te worden met de desbetreffende franchisenemer. Franchisegever moet een zekere ruimte hebben om zelf te kunnen handelen bij het onderhoud en de ontwikkeling van de franchiseformule. In sommige gevallen kunnen wijzigingen echter grote gevolgen hebben voor franchisenemer. In dit soort gevallen moet daarom, vanuit het beginsel van goed franchisegeverschap, eerst overlegd worden met franchisenemer. Partijen kunnen bepaalde drempelwaarden met elkaar afspreken waarboven overleg en instemming noodzakelijk is.

Als er meerdere franchisenemers binnen een formule aanwezig zijn, moet de meerderheid daarvan met de wijzigingen instemmen. Als er geen meerderheid kan worden bereikt, dan moeten individuele franchisenemers die door de wijzigingen geraakt worden ermee instemmen. Hiermee wordt voorkomen dat de franchisegever zijn plannen kan doorzetten en wordt het handelen van de franchisegever transparanter. Hier kan een franchisegever niet van afwijken. Ook bevat de nieuwe wet de verplichting om minimaal 1 keer per jaar een overleg te organiseren tussen de franchisegever en franchisenemer.

Hoe nu verder?

De Wet Franchise geldt voor alle lopende en alle nieuwe franchiseovereenkomsten. Voor lopende contracten geldt dat het instemmingsrecht (voor wijzigingen in de franchiseovereenkomst), het concurrentiebeding en de goodwillbepaling een overgangstermijn van twee jaar hebben. Dit betekent dat franchisegevers en franchisenemers tot 1 januari 2023 de tijd hebben om hun afspraken – die betrekking hebben op deze drie onderwerpen – in lopende contracten aan te passen. Het is verstandig om deze aanpassingen zo snel mogelijk te doen. Nieuwe franchiseovereenkomsten moeten uiteraard direct aan de Wet Franchise voldoen.

Heeft u vragen over de bovengenoemde veranderingen of wilt u uw franchiseovereenkomst(en) laten controleren door een jurist? Neem dan contact op met Consignium.